Vraag een offerte aan

Archiefdigitalisering bij woningcorporaties: zo werkt dat

Scannen is pas stap twee

Een papieren archief digitaliseren lijkt eenvoudig. De documenten gaan door de scanner en komen terug als digitale bestanden. Toch verandert daarmee vooral de vorm. Als dossiers onvolledig zijn of geen duidelijke structuur hebben, komen die problemen terug in de digitale omgeving.

Voor woningcorporaties is dat een belangrijk detail. Medewerkers zijn namelijk dagelijks afhankelijk van actuele vastgoedinformatie. Want een bouwtekening die niet op tijd boven water komt, kan onderhoud vertragen. Of een verouderd complexdossier zorgt voor onzekerheid tijdens een renovatie.

Goede archiefdigitalisering begint daarom ruim vóór het scannen.

Scannen maakt een archief nog niet bruikbaar

In fysieke archieven zijn documenten door de jaren heen vaak op verschillende manieren opgeborgen. Sommige informatie komt dubbel voor, terwijl andere dossiers niet meer compleet zijn. Ook kan de indeling per locatie of afdeling verschillen.

Wanneer zo’n archief één-op-één wordt gescand, verhuist de bestaande onduidelijkheid automatisch mee. Medewerkers zoeken dan niet meer in dozen, maar in digitale mappen.

Daarom komt de scanner pas in beeld nadat het archief goed is bekeken. Eerst wordt bepaald welke documenten nog relevant zijn en hoe medewerkers deze later moeten kunnen terugvinden. Daarna kan de informatie in een herkenbare structuur worden ondergebracht.

De trajecten bij Trudo, Habion en De Alliantie laten zien hoe woningcorporaties dat in de praktijk aanpakken.

Trudo: eerst bepalen wat mee moet

Voor Trudo vormt een kantoorverhuizing de aanleiding om het fysieke archief onder handen te nemen. In het nieuwe kantoor is geen ruimte voor de bijna 300 meter aan bouwtekeningen, vergunningen en projectdocumentatie.

OASIS brengt eerst in kaart wat er aanwezig is. En wat blijkt? Ongeveer de helft van het archief kan veilig worden vernietigd. De informatie die relevant blijft, wordt gedigitaliseerd en ingedeeld volgens de CORA-structuur.

Hierdoor verhuist alleen bruikbare informatie mee naar de digitale omgeving. Medewerkers kunnen de benodigde documenten sneller terugvinden en zijn daarvoor niet langer afhankelijk van de locatie van het fysieke archief.

Lees het verhaal van Trudo

Habion: opschonen op documentniveau

Bij Habion ligt de nadruk op de kwaliteit van het complexarchief. Het archief omvat honderden strekkende meters. Alles direct scannen zou betekenen dat ook dubbele en verouderde documenten in het digitale dossier terechtkomen.

Daarom wordt ieder dossier eerst op documentniveau opgeschoond. Duidelijke werkafspraken bepalen welke informatie behouden blijft en hoe de dossiers worden opgebouwd. Vervolgens zorgt de CORA-structuur voor een indeling die aansluit bij de werkwijze van medewerkers.

Naar verwachting blijft ongeveer 40% van de oorspronkelijke hoeveelheid over voor digitalisering. Het resultaat is een compacter digitaal complexdossier waarin medewerkers sneller bij de relevante informatie uitkomen.

De Alliantie: 2.500 meter gecontroleerd verwerken

Bij De Alliantie vraagt vooral de omvang van het archief om een zorgvuldige aanpak. De woningcorporatie begint met ongeveer 2.500 strekkende meter complexarchief. Na selectie en opschoning blijft daar naar verwachting circa 250 meter van over om te digitaliseren.

De documenten worden per hoofdcomplex verwerkt. OCR maakt de inhoud doorzoekbaar en de bestanden worden volgens de CORA-structuur geïndexeerd. Ook de metadata worden gecontroleerd, zodat de informatie geschikt kan worden opgeleverd voor import in de eigen ICT-omgeving.

Tijdens het traject blijft het archief beschikbaar. Wanneer een medewerker een document nodig heeft, kan dit via Scannen on Demand worden opgevraagd. Zo kan het dagelijkse werk doorgaan terwijl het archief gecontroleerd wordt verwerkt.

Ondersteunt dagelijks werk Digitalisering moet aansluiten op het dagelijkse werk

De drie trajecten verschillen in omvang en aanleiding. De overeenkomst zit in de aanpak: eerst kijken wat de organisatie nodig heeft en daarna bepalen welke documenten daarbij horen.

Dat levert meer op dan extra ruimte op kantoor. Medewerkers hoeven minder lang te zoeken en krijgen sneller toegang tot betrouwbare informatie. Ook hybride werken wordt eenvoudiger, omdat documenten niet meer aan één fysieke locatie gebonden zijn.

Een duidelijke inrichting helpt daarnaast bij governance en compliance. De organisatie weet beter welke informatie wordt bewaard en kan bewaartermijnen gerichter toepassen. Structuren die aansluiten op CORA en VERA zorgen ervoor dat informatie ook binnen bestaande processen en systemen bruikbaar blijft.

Concreet levert dat onder meer het volgende op:

  • Minder zoekwerk voor medewerkers
  • Snellere toegang tot actuele vastgoedinformatie
  • Betere ondersteuning van onderhouds- en renovatieprojecten
  • Minder afhankelijkheid van fysieke opslag
  • Meer grip op informatiebeheer en bewaartermijnen

Begin bij het deel dat nu de meeste tijd kost

Een woningcorporatie hoeft niet direct het volledige archief te digitaliseren. Een veelgebruikt complexarchief kan een logisch vertrekpunt zijn. Hetzelfde geldt voor een verzameling bouwtekeningen die medewerkers regelmatig nodig hebben.

Door eerst te onderzoeken waar vertraging ontstaat, wordt duidelijk welke informatie als eerste aandacht verdient. Vervolgens kan gericht worden bepaald wat bewaard moet blijven en welke inrichting medewerkers nodig hebben.

Zo ontstaat een digitaal archief dat past bij het dagelijkse werk van de woningcorporatie.

Wil je weten welk deel van jouw archief zich het best leent voor digitalisering?

OASIS helpt je om de huidige situatie in kaart te brengen en een aanpak te kiezen die aansluit op jouw organisatie.

 

Neem contact op